Géén stress om het stoppen van LAVS

Interview · Jurgen Wagelaar

Registreren is nog géén beheren.

Wat gebeurt er met jaren aan asbestonderzoek en documentatie als het LAVS stopt? Voor Jurgen Wagelaar, directeur van Compas, draait die vraag om meer dan het overzetten van bestanden. Het gaat erom dat woningcorporaties en gebouweigenaren met hun bestaande gegevens verder kunnen werken.

Die overtuiging ontstond bijna twintig jaar geleden, bij papieren vergunningaanvragen en woningen die te lang leegstonden. Inmiddels vormt die praktijkervaring de basis van Anchor. We spreken Jurgen over de weg van klantportaal naar beheersysteem, de samenwerking met corporaties en de stap van registreren naar dagelijks beheer.

Hoofdstukken

Van vergunning naar online platform

Laten we bij het begin beginnen. Waar kwam dit vandaan?

Het verhaal begint eind 2007. Jurgen zet bij een asbestinventarisatiebureau een mutatieafdeling op, met een Amsterdamse woningcorporatie als eerste klant. Vergunningaanvragen gaan op papier en de eisen verschillen per gemeente, soms zelfs per stadsdeel.

Jurgen: “Alles ging op papier en per post. En dan was het afwachten of de vergunning werd verleend of dat er toch iets ontbrak en het bericht kwam dat de vergunning opnieuw aangevraagd moest worden. Zonder bezwaarronde en afkeur duurde het gemiddeld zes tot acht weken.”

Wat viel je op?

“Dat de verlening van de vergunning sneller kón. Als je consequent alles goed invulde en compleet aanleverde, was de doorlooptijd geen zes tot acht weken, maar eerder twee tot vier. Onze missie werd om alle vergunningsaanvragen foutloos in te dienen. Ik had alle varianten per gemeente uitgewerkt, vastgelegd in Excel en geautomatiseerd.”

Terwijl de afdeling groeit, groeit ook het aantal telefoontjes over de voortgang. Corporaties willen verder met hun woningen. Voor Jurgen wordt duidelijk dat niet alleen de aanvraag, maar ook de informatievoorziening beter kan.

“Ik zocht naar een manier om die updatevragen én het eigen aanvraagproces te stroomlijnen. Zo ontstond het idee van een online klantportaal. Samen met mijn broer, die in die periode zelf een IT-bedrijf was gestart, hadden we al snel een eerste versie gebouwd op basis van Python en Django. Dat is achteraf gezien een goede keuze, want het is enorm stabiel en betrouwbaar gebleken. Ons platform draait daar in de kern nog steeds op.”

Het portaal krijgt vervolgens steeds meer functies: planning, rapportages, documentbeheer en het vastleggen van klantafspraken. Ook automatische processtromen en berichten, gebouwdossiers, complexoverzichten en een leveranciersportaal komen erbij.

“In die jaren is bewezen wat sindsdien het uitgangspunt is: betrouwbare data die je binnen een paar klikken bij de hand hebt, is de basis van werkvoorbereiding en coördinatie. Met als gevolg betrouwbare planning en lagere faalkosten.”

Achtergrond: hoe het toen geregeld was

Sloopwerk waarbij meer dan 10 m³ afval vrijkwam of waarbij asbest in het spel was, vereiste een omgevingsvergunning voor slopen. In Amsterdam ging de bouwverordening verder: daar moest voor élke sloop een vergunning worden aangevraagd, ook onder die 10 m³.

De piek rond 2009–2012. Grote Amsterdamse woningcorporaties, zoals Stadgenoot, Eigen Haard, Rochdale en Ymere, kregen destijds van de stadsdelen een zogenaamde parapluvergunning. Hiermee konden zij bij regulier mutatieonderhoud, wanneer een huurder verhuisde, direct en efficiënt asbest laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf. Er hoefde dan niet voor elk afzonderlijk adres een nieuwe, tijdrovende vergunningsprocedure te worden opgestart.

Het einde van de regeling. Met de landelijke invoering van het nieuwe Asbestverwijderingsbesluit en de komst van de landelijke omgevingsvergunning, de Wabo, rond 2010–2012 veranderde de systematiek. De administratieve afhandeling verschoof toen grotendeels naar de verplichte, uniforme sloopmelding via het landelijke omgevingsloket.

Met de Wabo per 1 oktober 2010 werd de beslistermijn acht weken en mocht het werk pas beginnen na de bezwaartermijn van zes weken daarna. Gemeenten vroegen bovendien om een beschrijving van de sloopmethode, een sloopveiligheidsplan en een asbestinventarisatie.

Met het Bouwbesluit 2012 verviel de sloopvergunning en kwam de sloopmelding: vier weken vooraf melden, met een verplichte stoffeninventarisatie. Voor asbestwerk bij reparatie- en mutatieonderhoud geldt een verkorte termijn van vijf werkdagen.

Met de komst van de sloopmelding verandert ook het werk van Compas. De aandacht verschuift verder naar doorlooptijden, leegstand en samenwerking in de keten.

“Hierdoor veranderde de kern van ons werk. Doorlooptijden, leegstanddagen en dus procesoptimalisatie kregen vanaf dat moment extra focus.”

Van onderzoek naar beheer

Waarom ben je voor jezelf begonnen?

In 2013 begint Jurgen met Compas Asbestmanagement. De ambitie is om goede inspecties te combineren met betere automatisering en waarde op de lange termijn. Wat eenmaal over een woning bekend is, moet bij een volgende mutatie opnieuw bruikbaar zijn.

Jurgen: “Daar ligt onze waarde voor onze klanten. Dat zijn voornamelijk woningcorporaties, overheid en industrie. Een woning komt gemiddeld elke zeven, acht jaar leeg en wordt dan gemuteerd. Op dat moment wil je weten: waar zit hier nog asbest, is er al eens onderzoek gedaan en kan ik hier veilig werken? Precies daar zit onze expertise.”

Die aanpak vraagt volgens Jurgen om continuïteit. Als het bijhouden van dossiers stilvalt, neemt ook het vertrouwen in de gegevens af.

Wat ging er in die markt dan niet goed?

Hij zag destijds regelmatig dat rapportages na invoer in een systeem nog in Word werden aangepast. Het klantportaal liep daardoor niet vanzelf gelijk met het uiteindelijke rapport. Compas koos voor één gegevensbron.

“Wat ons systeem AIM vanaf dag één anders maakte, is dat wij het rapport genereren uit dezelfde data die in het klantportaal terechtkomt. Eén bron. Klopt het rapport, dan klopt het portaal ook. Dat klinkt simpel, maar het is een fundamenteel andere manier van bouwen.”

Stadgenoot wordt de eerste grote corporatieklant. Daarna groeit Compas bewust geleidelijk, met ongeveer één grote klant per jaar. Jurgen noemt onder meer Rochdale, Ymere, Pré Wonen en Woonzorg, naast Nobian en Cargill. Het team telt ten tijde van het gesprek veertig mensen: ongeveer een derde werkt aan coördinatie en beheer, twee derde aan inspecties. Samen voeren zij volgens Jurgen zo’n twintigduizend inspecties per jaar uit.

“We hebben daarom altijd als doelstelling gehad om meer energie in bestaande klanten te steken dan in het vinden van nieuwe. Het team is daar ook van doordrongen: zij zijn elke dag ons uithangbord.”

De waarde van zorgvuldig vastleggen wordt vooral zichtbaar wanneer een woning opnieuw leegkomt. De eerdere onderzoeken en uitgevoerde werkzaamheden vormen dan het vertrekpunt voor de beoordeling.

“Asbest komt niet meer terug. Dus alles wat je vandaag goed vastlegt, is morgen winst.”

Jurgen Wagelaar

Achtergrond: bestaand onderzoek en actuele rapportages

Bij een nieuwe mutatie is niet automatisch opnieuw onderzoek nodig. Bestaand onderzoek kan bruikbaar zijn voor de voorbereiding van werkzaamheden.

Per voorgenomen activiteit wordt beoordeeld of de beschikbare informatie toereikend en actueel is en of aanvullend onderzoek nodig is. Daarbij tellen ook de reikwijdte van het eerdere onderzoek en eventuele wijzigingen aan de woning mee.

Een digitaal dossier vervangt die inhoudelijke beoordeling niet. Voor asbestverwijdering moet het inventarisatierapport aansluiten op de werkzaamheden, de actuele situatie en de geldende eisen.

Jullie toegevoegde waarde zit dus niet alleen in het onderzoek zelf?

Een goede inspectie is voor Jurgen het begin. Het verschil moet blijken uit de combinatie van constante kwaliteit, korte doorlooptijden en het kunnen teruggrijpen op betrouwbare dossiers.

“Onze waarde zit daarnaast juist in het moment dat die woning weer leegkomt en wij op basis van de bestaande data eerlijk kunnen zeggen of een onderzoek wel of niet nodig is. Wij kunnen die data zo snel herleiden, en we kunnen er zodanig op vertrouwen, dat wij tegen de aannemer kunnen zeggen: je kunt hier veilig werken. Zonder dat er iemand opnieuw de woning in hoeft.”

“Daarvoor moet een corporatie je wel vertrouwen. Op basis van foto’s, archieven en rapportages een oordeel vellen, dat vraagt om certificering, om opgeleid, kundig personeel dat die verantwoordelijkheid ook durft te nemen. En het vraagt om data die je met een paar klikken inzichtelijk hebt.”

De happy flow: van reactief naar voorspelbaar

Leegstand is al jaren een heet hangijzer bij corporaties. Wat hebben jullie daar gedaan?

Bij een mutatie telt iedere leegstanddag. Jurgen noemt een bedrag van gemiddeld vijfentwintig tot dertig euro per dag, maar wijst ook op de woning die ondertussen niet beschikbaar is. In bewoonde woningen staat juist het beperken van overlast centraal. In beide situaties moeten partijen goed op elkaar aansluiten.

Jurgen: “Wij hebben samen met de corporaties en de aannemers een happy flow ontwikkeld. Eén keer een strak proces neerzetten, met als belangrijkste uitgangspunten betrouwbare kwaliteit en nakomen van afgesproken deadlines. Daardoor kan alles ruim van tevoren worden gepland. Vertrouwen, samenwerking en langdurige relaties zijn dan ook onze kernwaarden.”

De happy flow in de praktijk: controle, activiteitenlijst en bufferdagen

Hoe ziet die flow eruit?

Zodra een woning leegkomt, ontvangt Compas een signaal. Het team beoordeelt vervolgens op basis van bestaande informatie of de geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd of dat aanvullend onderzoek nodig is.

De aannemer levert daarvoor een complete activiteitenlijst aan. Per activiteit legt Compas vast of asbestonderzoek nodig is. Deze maatregelenlijst is samen met de co-makers ontwikkeld en wordt bij meerdere corporaties gebruikt.

Onderzoeken jullie ook in bewoonde staat?

Onderzoek kan ook in bewoonde staat plaatsvinden. Volgens Jurgen biedt dat in bepaalde situaties voordelen voor de planning en kan er direct worden geschakeld als beschadigd asbest wordt aangetroffen.

Wat levert zo’n lijst op?

“Je spreekt dezelfde taal. Niet meer een krabbeltje op maandagochtend van ‘ik ga de badkamer renoveren’, terwijl je eigenlijk maar drie tegeltjes van de wand haalt. Dat voorkomt enorm veel ruis in het proces. Dit zorgt ervoor dat er bijna geen calamiteiten meer zijn. Er is dus veel minder blootstelling aan asbest, met als bonus dat er niet continu ingeplande mensen en planningen moeten worden verschoven.”

“En door bijna boekhoudmatig te registreren, bouw je meteen de dataset voor de toekomst op. Je legt vast of er onderzoek is geweest, of er een gevaarlijke toepassing is aangetroffen en of die volledig, deels of niet is verwijderd. Elke controle is dus ook een investering in de volgende keer dat je in die woning komt.”

Jullie hebben ook bufferdagen in het proces ingebouwd. Waarom?

“Zeker sinds de krapte op de arbeidsmarkt, is het cruciaal dat je erop kunt vertrouwen dat iemand zijn deadline haalt. Als jij morgen met drie vakmannen die woning in wilt, moet de stap ervoor écht klaar zijn. Daarom hebben we na elke stap één of twee dagen speling toegevoegd, zodat een onvoorziene uitloop weinig tot geen impact heeft op de rest van het proces.”

Kan de klant dit niet beter zelf organiseren?

Een corporatie kan de coördinatie zelf organiseren. De uitdaging zit volgens Jurgen vooral in het elke dag bijhouden van de gegevens en het bewaken van de opvolging. Daar ziet hij de waarde van een vaste beheerdienst.

“Wij kunnen die continuïteit voor deze niche wel leveren. De vraag ‘kan hier veilig gewerkt worden?’ kunnen wij daarnaast in de meeste gevallen met onze gecertificeerde mensen efficiënter onderbouwd beantwoorden dan de klant. Wij gaan alleen niet op de stoel van de aannemer of opzichter zitten.”

Jullie bouwen zelf software, maar die was tot nu toe alleen beschikbaar als onderdeel van de dienstverlening. Waarom?

“Beheer is niet de aanschaf van een softwarepakket. Het vraagt continu dat mensen er actief mee bezig zijn. Door het onderdeel van onze dienstverlening te laten zijn, kunnen wij dat borgen.”

Die dagelijkse praktijk stuurt ook de ontwikkeling van de software. Collega’s gebruiken de toepassingen zelf en geven door wat beter kan. Wensen van klanten komen daar telkens bij.

De informatie is ook op locatie bereikbaar via Mijnmeterkastkaart.

Mijnmeterkastkaart: actuele informatie op locatie

Hoe komt die informatie bij de mensen in de woning?

Een volgend knelpunt ligt op de werkplek. Documenten van asbestverwijderaars en laboratoria komen soms pas met de factuur binnen, terwijl andere werkzaamheden al verder moeten. Sinds 9 jaar plaatst daarom Compas tijdens het mutatieoproces tijdelijke QR-codes aan de binnenkant van de voordeur of meterkast. Zo worden onderzoeksfoto’s en documenten direct in de woning bereikbaar.

Daaruit groeit Mijnmeterkastkaart: een verbinding tussen het beheersysteem, de bewoner, de aannemer op locatie en de corporatie op kantoor. De code moet niet alleen de actuele asbestkaart tonen, maar ook informatie vanaf de werkplek terugbrengen.

Jurgen: “Een handige functie is dat de aannemer, bijvoorbeeld de asbestverwijderaar, zijn taak ter plekke technisch gereed kan melden met een pincode en direct zijn document kan uploaden. Daarmee zijn we volledig onafhankelijk geworden van de administratieve route. De persoon die klaar is, scant de code, maakt een foto van het document en meldt gereed. Wij krijgen het signaal en de taak schuift automatisch door.”

Ontdek hoe Mijnmeterkastkaart werkt.

Van asbest naar veiligheidsdata

Wanneer werd dit breder dan asbest?

De aanpak blijkt ook buiten asbest bruikbaar. Wanneer in Amsterdam onderzoek naar lood in drinkwater nodig is, wordt Compas gevraagd om mee te doen. Het bedrijf ontwikkelt de bestaande inspectiemodule door voor deze onderzoeken.

Jurgen: “Zo konden we met vier partijen tegelijk zo’n vijfduizend adressen vanuit één systeem plannen, in korte tijd onderzoeken en eenduidig vastleggen. We hebben gelijk een koppeling gelegd naar het laboratorium voor de resultaten.”

Achtergrond: sms-herinneringen bij lood-in-drinkwateronderzoek

Voor de metingen moest het water minimaal zes uur stilstaan. Bewoners kregen daarom via MessageBird een sms-herinnering om het water niet te gebruiken. De onderzoekers kwamen de volgende ochtend tussen zes en negen uur langs. Volgens Jurgen hielpen die herinneringen om de afspraken goed te laten verlopen; de sms-functie bleef daarna in gebruik.

Het loodonderzoek wordt zo het vertrekpunt voor meer disciplines. Naast asbest zijn ook legionella, brandveiligheid, vocht en schimmel, gevaarlijke stoffen zoals chroom-6 en lood in drinkwater, en keuringen beschikbaar in ANCHOR. De disciplines komen samen in projecten en het logboek, met maatregelen en opvolging per locatie.

Technische achtergrond: de drie lagen van het systeem

Hoe zit het systeem in elkaar?

Het systeem bestaat uit drie lagen. De vastgoedgegevens leggen het bezit vast, met onder meer adressen, BAG-data, complexen en plattegronden. De projectlaag bevat taken, werkstromen en doorlooptijden. Het logboek bewaart de bronnen en hun geschiedenis.

“Een rookmelder, een lood-drinkwaterpunt of een asbestbron is in de kern hetzelfde: een bron op een locatie, met een status en een geschiedenis. De afgelopen jaren hebben we vooral op de procesworkflow ontwikkeld, omdat dat al jarenlang hét thema is. Nu ligt de focus op het logboek en van daaruit breiden we het echte beheer uit.”

“De afgelopen jaren hebben we veel tijd aan het klantportaal besteed. Wat begon als statusinzicht voor de vergunningaanvraag, is uitgegroeid tot een schaalbaar dashboard waarmee zichtbaar is of KPI’s gehaald worden. De vraag ‘waar staat deze woning nu?’ hoeft niemand meer telefonisch te stellen.”

“De lancering van Anchor is de volgende stap van het klantportaal. Met de een modern uiterlijk en de integratie van een kaart en 2d/3d viewer zijn hebben we iets gerealiseerd wat al heel lang op mijn verlanglijstje stond.”

Ontdek de mogelijkheden van Platform+.

Wat betekent het stoppen van LAVS?

Wat betekent het stoppen van het LAVS voor bestaande dossiers?

Bij het stoppen van het LAVS komt het gesprek terug op het verschil tussen vastleggen en beheren. Jurgen gebruikt het voorbeeld van een vensterbank die bij bezoeken in 2008, 2012 en 2020 telkens opnieuw is geregistreerd. Verschillende partijen kunnen daarvoor eigen bronnummeringen en benamingen gebruiken.

Jurgen: “Alles is geregistreerd, maar je weet niet of het om één bron gaat, of die deels verwijderd is of wat er nu nog aanwezig is. Daarom hebben wij voor onze klanten altijd ons eigen systeem gebruikt om de asbestdata te beheren.”

Voor een overstap naar Anchor maakt Compas onderscheid tussen het overzetten van het archief en het vervolgens opschonen en verrijken van de gegevens. Het doel is om de bestaande informatie bruikbaar te maken voor de dagelijkse coördinatie en het verdere beheer.

“Die asbestdata in LAVS is wel degelijk waardevol. Er zit jaren aan onderzoek en documentatie in. Maar bruikbaar wordt het pas als je het gaat beheren.”

Jurgen Wagelaar

Lees hoe de overstap van LAVS naar Anchor werkt.

Van LAVS naar Anchor

Waarom stellen jullie het platform nu breder beschikbaar?

Jurgen: “Om direct te vermelden: de data in ons platform blijft altijd van de klant. Ook de verrijkte data.”

Het einde van het LAVS is voor Compas de aanleiding om het platform breder beschikbaar te stellen. Anchor combineert het beheer van dossiers met onder meer een 3D-viewer en interactieve plattegronden.

Bij de overstap gaat het LAVS-archief mee, inclusief de gegevens uit de XML-bestanden. Aanvullend biedt Compas een dienst om die data op te schonen en te verrijken met informatie uit de rapportages.

“Wij bieden de klant de keuze om de coördinatie zelf te blijven doen of bij ons neer te leggen. Het gebruik van de software is dan onderdeel van de dienstverlening en zit in de prijs. Extra modules, zoals de opnamemodule, kunnen daarnaast nog apart worden afgenomen.”

Achtergrond: de pakketten en extra modules uit het interview

Plus en Compleet

De softwarepakketten heten Plus en Compleet. Je kunt de coördinatie zelf blijven uitvoeren met Anchor als werkomgeving. De definitieve pakketinhoud en tarieven volgen; tijdens een kennismaking bespreken we de mogelijkheden voor jouw organisatie.

ANCHOR beheerservice

Wil je ondersteuning bij de dagelijkse coördinatie en opvolging van asbestprojecten? Dan kun je de ANCHOR beheerservice bespreken. Welke taken Compas overneemt en hoe bestaande contractpartners betrokken blijven, leggen we vooraf vast.

Bekijk voor de mogelijkheden de functionaliteiten en tarieven.

Wat als een corporatie al een asbestbeheersysteem heeft?

“Geen probleem. Wij komen graag langs om tijdens een demonstratie met live data te laten zien wat ons platform aan toegevoegde waarde biedt. Dat is ook wel weer het mooie van het LAVS. Doordat de documenten er zijn, kunnen wij bijna alles herleiden.”

Daarbij past de gedachte achter het LAVS: woningcorporaties en andere gebouweigenaren moesten minder afhankelijk worden van één leverancier. Centraal beschikbare documenten en gegevens moesten een overstap naar een andere dienstverlener of een ander beheersysteem eenvoudiger maken. Bestaande dossiers vormen zo het vertrekpunt. Volgens Compas pakt de overstap juist met de ANCHOR beheerservice in bijna alle gevallen kostenneutraal of zelfs goedkoper uit.

“Géén stress om het stoppen van LAVS”

Jurgen Wagelaar

Compas heeft een tool ontwikkeld om het LAVS-archief eenvoudig en betrouwbaar over te zetten. Bij aanmelding vóór 1 november 2026 is die migratie kosteloos. Opschonen en verrijken vallen buiten deze actie en worden apart afgesproken. De bestaande dossiers kunnen daarna in Anchor worden gebruikt.

Meer over de overstap en de geldende actievoorwaarden staat op LAVS overstap.

Koppelingen en betrouwbare data

Hoe zit het met koppelingen en het verwerken van alle data?

Een technische koppeling maakt gegevens nog niet vanzelf betrouwbaar. In de LAVS-exports ziet Compas verschillen en onvolledigheden. Voor Jurgen begint een bruikbaar dossier daarom bij de kwaliteit van de oorspronkelijke informatie.

Technische achtergrond: van koppeling naar geautoriseerd rapport

Een deel van de LAVS-gegevens is handmatig ingevoerd. Bedrijven hebben daarvoor hun eigen werkwijzen ontwikkeld, wat volgens Jurgen terug te zien is in de exports. Compas grijpt daarom terug op het geautoriseerde rapport.

Jurgen: “Voor beheer is het allerbelangrijkste dat je data betrouwbaar en zuiver is. Dus wij zijn teruggegaan naar de basis. Wij vragen externe partijen niet om allerlei datavelden te koppelen: ze mailen ons hun rapport en dat lezen wij automatisch uit. Er is een endpointservice zodat je ook via de ketenstandaard kunt koppelen, maar het rapport volstaat. Wij lezen uit de bron: het geautoriseerde rapport. Onze extractietool verwerkt dat tot betrouwbare data.”

Wat betekent dat voor kleinere partijen?

“Dat is misschien wel het mooiste effect. Ook een kleine partij zonder eigen koppeling kan gewoon voor een grote corporatie werken. De drempel om mee te doen is daarmee heel klein geworden.”

Ook de inspectiemodule kan door externe partijen worden gebruikt. Zij kunnen daarin hun inspecties uitvoeren en gegevens direct registreren. Zo hoeft niet iedere partij eerst zelf een uitgebreide softwareomgeving in te richten.

Meer achtergrond: modules en integraties

Het platform bevat modules voor online inspecties en formulieren, QR-meterkastkaarten, planning, berichten, facturatie, asbestbeleid en financiële prognoses. Het dashboard maakt KPI’s inzichtelijk.

Er zijn koppelingen met onder meer Office 365, Exact, LAVS en Mareon Premium. Via de eigen endpointservice kunnen onderhoudsberichten in beide richtingen worden uitgewisseld met de DICO-koppeling. De koppelingen met Bryder en Luxs zijn nog in ontwikkeling en nog niet beschikbaar.

Terug naar de inhoudsopgave ↑